Van en naar Holysloot

Hoewel Holysloot tot de ban Ransdorp behoort, is het eeuwenlang vanuit Ransdorp en andere dorpen in Waterland slechts te voet en over water te bereiken. Het vervoer van verse melk uit Holysloot vindt vanaf de achttiende eeuw ook plaats via melkschuiten. Nadat het Goudriaankanaal is gegraven in het begin van de negentiende eeuw wordt over de Kanaaldijk een weg aangelegd die als Bloemendalergouw de eerste verbinding over land vormt tussen Ransdorp en Holysloot.
Pas in de twintigste eeuw zorgen de fiets en de bromfiets en daarna de auto en de autobus voor meer verkeer en vervoer naar en van het dorp.

Nel John en haar moeder varen met de roeiboot/veerpont naar de overkant

De padlanden

De oudste verbindingen van en naar Holysloot vormen de padlanden. Dit zijn voetpaden met zogenaamde padplanken over de sloten die door de boeren
worden gebruikt om hooi en vee te vervoeren. In de twintigste eeuw is ten behoeve van het fietsverkeer een stukje rail naast de padplanken aangelegd.
Sommige weilanden zijn uitsluitend via het water bereikbaar. Om het hooi en het vee, en in vroeger tijden de melk, af te voeren door de sloot, kunnen de
leuningen en de padplanken worden verwijderd.

Die padlanden zijn ontstaan in de late middeleeuwen.
Van Zijl onderscheidt er drie waarvan er één, de Muntergouw, niet meer in gebruik is. De andere twee, die nog steeds in gebruik zijn, met name voor de kleinschalige recreatie, zijn de voetpaden naar de Poppendammergouw via de veerpont en het voetpad naar Uitdam: het eeuwenoude Kerkepad

Veerpont en padland

Drie generaties Fockens hebben tot 1962 de veerpont bediend die het begin vormt van de verbinding van Holysloot met de Poppendammergouw en verderop met Broek in Waterland, via de Belmermeer, en Zuiderwoude. Zij zijn nazaten van ds. Johannes Fockens die van 1749 tot 1771 hervormd predikant in Ransdorp was en zijn zoon Johannes Gesner Fockens die daar van 1780 tot 1797 notaris was.

Op 14 juni 1991 brengt koningin Beatrix een werkbezoek aan Noord-Holland. Na een bezoek aan Broek in Waterland neemt ze het pontje naar Holysloot. Het hele dorp wordt aangeharkt en een bruggetje dat al jarenlang kapot is, blijkt ineens gerepareerd te zijn.
Bart John is de trotse pontbaas en brengt de majesteit, vergezeld van de commissaris van de Koningin Roel de Wit en burgemeester Diederen van Waterland, veilig naar de overkant.
Prettig Weekend, het veelgelezen advertentieblad voor Waterland, vraagt Bart naar zijn ervaringen bij deze overtocht: Onze koningin is een heel charmante
vrouw. Zij bedankte mij voor het tochtje. Ik vond het te ver gaan om haar een kwartje te vragen. Het was service van de zaak, zullen we maar zeggen.
Vanaf 1994 krijgt de familie John de beschikking over een stalen veerpont, waar de fietsen rechtstreeks op gereden kunnen worden. Dat is een hele verbetering want daarvoor moet iedere fiets in het roeibootje worden getild.

Koningin Beatrix op werkbezoek, 1991

Kaarsenkroon met inscripties in de kerk te Uitdam (foto Yentl Krüse)

Melkrobot

Het Kerkepad naar Uitdam

Dit pad is reeds vanaf de late middeleeuwen in gebruik, zowel door kerkgangers als door vrijers, De predikanten uit Holysloot preekten in vroegere eeuwen ook in Uitdam, dat in de zeventiende eeuw een eigen kerkgebouw kreeg.
Zij liepen over dit pad. Het pad loopt vanaf Holysloot naar de Waterlandse zeedijk langs en door het land van de boerderij die midden in het land ligt.

Van Zijl vermeldt in zijn artikel over de oude voetpaden dat het padland naar Uitdam op gezette dagen werd belopen door het vurige gilde der ‘vrijers’ van
Holysloot, die de ‘vrijsters’ van Uitdam bezochten – en omgekeerd. In Uitdam hangen 2 koperen kaarsenkronen van 1651 in de kerk. Inscripties daarin vertellen ons dat die van 12 blakers is geschonken door de vrijers en die van 6 blakers door de vrijsters. Hun namen onthul ik niet, maar ze zijn te vinden in de trouwboeken van Holysloot, Uitdam en Zuiderwoude.

De Waterlandse melkschuit

Een bijzonder vervoermiddel over water is eeuwenlang, van de zestiende tot en met de negentiende eeuw, de Waterlandse melkschuit.

Meer dan drie eeuwen lang hebben veehouders uit Waterland melk en karnemelk geleverd aan de vooral in de negentiende eeuw sterk groeiende bevolking van Amsterdam. Ook de veehouders van Holysloot.
’s Ochtends vroeg om half vijf worden de koeien gemolken en wordt de verse melk met een platte jol vervoerd naar Ransdorp. Daar wordt bij de melksteiger naast de kerk de melk overgeladen in stevige vaten.

Aan de overkant hebben de schuiten uit Waterland allemaal een eigen plek om de melk aan wal te brengen. De schippers uit Ransdorp en Zunderdorp eerst aan de Geldersekade en later, als het daar te klein wordt, aan de Prins Hendrikkade tegenover de St. Nicolaaskerk.

Waterlandse Melkschuit

Het Goudriaankanaal

Het Goudriaankanaal

Het kanaal is aangelegd om te voorkomen dat de zeeschepen die naar en van de Oostzee voeren en de schepen van de VOC en de West-Indische Compagnie voor Pampus kwamen te liggen. Dit is de ondiepte tussen het eiland Pampus en de Waterlandse Zeedijk.
Het is ontworpen door ingenieur A.F. Goudriaan. Hij weet koning Willem I te overtuigen dat dit kanaal nodig is voor de grote zeeschepen, waarvoor het in 1924 gegraven Noordhollandsch kanaal te smal en te bochtig is.

Amsterdam is mordicus tegen de afsluiting van het IJ, maar Amsterdam is ook al tegen de aanleg van het Noordhollandsch kanaal geweest. De koning is het voortdurend tegenstribbelen van Amsterdam – de stad is ook al tegen de aanleg van nieuwe havens in het Westerdok en Oosterdok gekant – een beetje beu. Hij geeft opdracht het kanaal van Durgerdam tot Marken te graven. Maar de aannemers die het bestek moeten uitvoeren, nemen vanwege de slappe veengrond geen risico’s en durven niet laag in te schrijven. De kosten lopen steeds meer op.

Maar dan dienen de Kamer van Koophandel en de stad Amsterdam een smeekschrift in bij de koning. Met daarin:
– Als de koning de werken aan de IJdam zal staken gaat Amsterdam akkoord met de aanleg van het Westerdok en het Oosterdok.

Op 10 maart 1828 beveelt de koning de werkzaamheden aan het kanaal en de aanleg van de IJdam onmiddellijk te staken en het stadsbestuur van Amsterdam te machtigen het Ooster- en Westerdok aan te leggen.

Busje 30 naar Holysloot

Pas laat in 1968 zorgt de busverbinding van het GVB (Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam) voor een direct contact met Noord-Amsterdam. De aankomst van de eerste bus is een feestelijke aangelegenheid.
De Noord-Amsterdammer bericht hierover het volgende: Twee versierde bussen worden met groot enthousiasme door de dorpelingen begroet. Toen de eerste bus weer uit de randgemeente vertrok, prijkte met grote letters op de achterkant een pamflet PRAIRIE EXPRESS met daaronder (geleend van verzekeraar De Nederlanden) voor alle ZEKERheid.
Diezelfde busverbinding heeft zelfs de doorslag gegeven voor de Holysloters toen in de jaren tachtig het dorp zich dreigde af te scheiden van Amsterdam uit protest tegen de hoogte van de onroerendgoedbelasting.
De belofte dat bus 30 naar en van Amsterdam zal blijven rijden maakt dat een meerderheid van de bevolking in een volksraadpleging toch bij Amsterdam wil blijven.
Inmiddels is de buslijn opgeheven en kan men gebruikmaken van een bel-taxi.

Nieuwjaarsborrel 2020 in de Witte Kerk

Meer informatie

Het boek
Voor meer informatie en bronvermeldingen verwijzen wij naar het boek “Van Hoolesloot tot Holysloot”.

Bijdragen aan de site
Heeft u aanvullende informatie over dit of andere onderwerpen, dan nodigen we u van harte uit om deze met ons te delen.
Ook beeldmateriaal is zeer welkom.

De redactie besluit uiteindelijk of uw bijdrage een passende plek vindt op de website.