De eerste bewoners van Holysloot zijn boeren en vissers.

Ze hebben een gemengd agrarisch bedrijf. Dat wil zeggen dat ze zowel graan verbouwen als vee houden voor vlees en zuivelproducten als kaas en boter. Maar vooral voor mest om de vruchtbaarheid van de akkers op peil te houden.
Dit verandert vanaf het einde van de dertiende eeuw. Het land is dan zover ingeklonken dat het te drassig wordt voor de akkerbouw. In het boerenbedrijf wordt de veehouderij steeds belangrijker. Maar daarvoor zijn minder handen nodig dan voor akkerbouw.
Zuivelproductie is in die tijd bovendien vooral een vrouwenzaak. Voor de mannen zijn er allerlei andere activiteiten zoals visserij, handel en zeevaart. Men is niet alleen boer, visser of handelaar, men combineert het meestal.

Handel en zeevaart nemen toe

Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw vindt een geleidelijke verandering plaats van agrarische naar niet-agrarische activiteiten in de Waterlandse dorpen en ook in Holysloot.
Van oudsher is er een traditie van varen, vissen en handeldrijven in Waterland. De eerste bewoners komen met bootjes over het Almere en alle vervoer van agrarische en niet-agrarische producten vindt plaats over water. Maar de overgang van een boerengemeenschap naar een dorpsgemeenschap waarin handel en zeevaart overheersen vindt pas plaats in de vijftiende en zestiende eeuw.
Dit komt vooral duidelijk naar voren in enkele kaartbeelden die de bronnen van bestaan weergeven voor alle dorpen in Noord Holland in het jaar 1514.
Deze kaartbeelden zijn gebaseerd op twee belastingenquêtes, de Enqueste van 1494 en de Informacie uit 1514. Hierin geven de dorpen en steden van Holland een opgave van hun bronnen van inkomsten, hun grootte, de landprijzen e.d. Op de kaartbeelden zijn alleen de dorpen weergegeven.34

Uit deze kaartbeelden blijkt dat de dorpen in Waterland ofwel uitsluitend zeevaart en handel bedrijven: Nieuwendam, Buiksloot en Broek in Waterland, ofwel zeevaart en handel als voornaamste bezigheid kennen met landbouw secundair: Ransdorp en Schellingwoude.
De landbouw in het gebied van Ransdorp (waartoe ook Holysloot behoort) wordt in de Informacie als volgt omschreven: ende hebben geenrehande neringe, daermede zy hem binnen slants moegen behelpen, dan alleen dat heur wijfs moegen houden een coeyken of twee.35
In de loop van de veertiende eeuw biedt de landbouw te weinig emplooi voor de mannen. Velen leggen zich toe op de visvangst. Uit de visserij en de landbouw ontstaat de vrachtvaart. In het begin voornamelijk met inheemse producten zoals boter, kaas en haring. In de registers van de Kamper Pondtol van 1440 komen veel Waterlanders voor.