Met de hele school in één lokaal…

Als je Holysloot in wil, moet je eerst langs het Schoolhuis. Het is nu een café-restaurant, maar tot 1979 was dit het huis van de onderwijzer van de Holyslootschool. Het zaaltje links in het Schoolhuis was in de jaren ‘70 gymzaal en wijkgebouw, maar functioneerde daarvoor bijna een eeuw als schoolgebouw. Veel eerder, aan het eind van de 16e eeuw, is er echter al sprake van een school in Holysloot. Deze school was mogelijk de oudste school in Amsterdam en zeker de kleinste. De school was het grootste deel van de tijd een eenmansschool en het was eeuwenlang een worsteling om als school het hoofd boven water te houden. Ook de schoolstrijd ging niet aan Holysloot voorbij en was er medeverantwoordelijk voor dat het aantal leerlingen nog verder slonk… Hoe was dat voor de leerlingen en de onderwijzer(s) om met de hele school in één lokaal te zitten?

De school van Holysloot §1

Het begon met hard werken én niet alleen voor de klas…

In de 15e eeuw gingen kinderen, die tot een lagere klasse behoorden of op het platteland woonden, nauwelijks naar school. Er moest thuis of op het land hard gewerkt worden en voor school was geen geld. Kinderarbeid was toen heel gebruikelijk. §2 Des te opmerkelijker is het dat Jacob Claes Coster in een akte van 1599 als schoolmeester van Holysloot wordt genoemd. Dat betekent dat er in Holysloot aan het eind van de 16e eeuw al een school was. Jacob is de eerste schoolmeester in Holysloot, waarvan wij de naam weten. Helaas weten wij niets van de kinderen, waaraan hij lesgaf.

A.G. Soeting trad eeuwen later in de voetsporen van Jacob en was vanaf 1950 tot 1956 schoolmeester in dit kleine dorpje. Toen de pastorie een tijdje leeg stond, vond hij op zolder een grote ijzeren archiefkist met interessante informatie waaronder bovengenoemde akte uit 1599. In een klein boekje heeft hij vervolgens zijn herinneringen aan het dorp opgeschreven, slechts voor een klein deel eigen herinneringen en verder vooral gebaseerd op historische feiten ondermeer opgediept uit die grote ijzeren archiefkist. Soeting vond daarin o.a. een afschrift van een brief, die de “regeerders op holisloot” zonden “Aen de Ed. Heeren de ghecommitteerde Raden vande Staten van Westvrieslandt ende Noorderquartiere”. Hierin wordt gesteld dat op het platteland bij iedere kerk een school behoorde. Dat was dus ook in Holysloot het geval. De school werd betaald uit kosterijgoederen. §3

Rond 1800 was de schoolmeester in Holysloot koster, schoolmeester, voorzanger en doodgraver. Bij dit viervoudige ambt moest de meester ook de kerkenraad assisteren bij de administratie en oefende hij ook nog het beroep uit van kruidenier. §4 Soeting heeft in het kerkelijk archief van Holysloot het ‘gravenboekje’ §5 teruggevonden, dat is bijgehouden door de schoolmeesters. Waarschijnlijk zullen zij het daadwerkelijke graafwerk wel hebben uitbesteed, maar de administratie werd dus in ieder geval door de onderwijzers zelf bijgehouden. §6

Als salaris ontving de meester rond 1800 slechts 90 gulden per jaar. Ter vergelijking: de predikant verdiende 650 gulden. Een deel van het salaris van de meester werd betaald door de diaconie, een deel uit de omslag over de inwoners van Holysloot en een deel uit indirecte belasting; 6 stuivers van elke zak tarwe en een stuiver van elke ton turf, die in Holysloot geconsumeerd en gebruikt werd. De meester had dus echt tal van bijbaantjes nodig om het hoofd boven water te houden. Gelukkig voor hem waren bedeelden verplicht het hun geschonken geld o.a. te besteden in het winkeltje van de meester. §7

De vroedschap en de kerkenraad van Holysloot hadden in die tijd het recht om de schoolmeester te benoemen. Dit recht was eigenlijk een stedelijk privilege. Stadhouder Willem III (1672-1702) maakte het de regeerders van Broek moeilijk op dit gebied. De zes dorpen waaronder Holysloot, die zich in 1619 hadden verenigd tot de Unie van Waterland, hielpen Broek. Ze gaven niet toe en zo behielden deze dorpen hun recht. De schoolmeester werd in Holysloot dus gekozen door “de Agtbare Magistraat en de Eerwaarde Kerkeraad, na datse de een en den ander sijn gaven gehoort hadden.” Er werd een voordracht en lijst opgesteld en daarna moesten de kandidaten nog laten zien wat zij in hun mars hadden.  Uiteindelijk werd de meester gekozen, maar in sommige gevallen bepaalde het lot wie de nieuwe meester werd. §8

De Holyslootschool (datum onbekend)§9

Soeting belicht ook het verschil tussen Ransdorp en Holysloot m.b.t. de betaling van de schoolmeester en de kosten van de school in de 17e eeuw. In Holysloot werden de kosten voor de predikant toen betaald uit de kerkelijke goederen en de kosten voor de school en de schoolmeester uit de kosterijgoederen. In Ransdorp werden school en schoolmeester betaald uit het pondschot, een belasting, die werd geheven over inwoners van zowel Ransdorp als Holysloot. Als in Ransdorp een nieuwe school moet worden gebouwd, maken de Holysloters ernstig bezwaar tegen het feit dat zij daaraan mee moeten betalen, terwijl zij zelf via de kosterijgoederen al voor hun eigen schoolgebouw betalen. Soeting citeert uit de hierboven genoemde brief, waarin deze kwestie aan de orde komt: “De “regeerder op Holisloot” stellen voor dat Ransdorp de kosterijgoederen verkoopt. Uit de opbrengsten daarvan kunnen wel 2 schoolgebouwen worden neergezet.” Hoe dit conflict uiteindelijk wordt opgelost, vertelt de schrijver helaas niet. §10

Een andere voorganger van Soeting was meester Wit. Aan het eind van de 19e eeuw was hij 30 jaar onderwijzer in Holysloot. Hij speelde een belangrijke rol in het dorp, ook in sociaal opzicht. Zo maakte hij verzen voor bruiloften en organiseerde hij hulpacties wanneer een boer een koe verloren had en daardoor in financiële moeilijkheden dreigde te komen. Hij startte zijn carrière in een houten gebouw dat tot school en schoolhuis diende en links voor de pastorie stond. Zijn eerste dochter is daar nog geboren. Dit gebouwtje is later afgebroken en weer opgetrokken in Ransdorp, als woning van een oud-zeeman.§11 In 1874 verhuisde hij met zijn gezin naar het gebouw, dat nu bekend staat als “Het Schoolhuis”. Zijn tweede dochter was de eerste baby, die in dit schoolhuis geboren is. §12 In 1900 nam Simon Wijn het stokje over en was 7 jaar schoolmeester in Holysloot. §13 J. Dierdorp begon op 1 oktober 1907 zijn werk als hoofd van de school. Daarnaast was hij ook kerkelijk ontvanger en voorzanger in de kerk. Dierdorp verving oud en verouderd lesmateriaal uit de vorige eeuw door eigentijdse leermiddelen. Hij was erg muzikaal en heeft zijn best gedaan om een orgel in de kerk te krijgen en heeft zelfs een kinderkoor opgericht. §14 Meester Dierdorp werd afgelost door meester Vorsselman en in 1916 nam Dirk Koppedraaier zijn intrek in het schoolhuis. §15

Wanneer meester Koppedraaijer precies is gestopt, hebben we nog niet kunnen achterhalen. Tijdens de oorlog woonde hij in ieder geval nog in het schoolhuis, alleen het laatste oorlogsjaar werd de schoolmeesterswoning bewoond door een politieagent uit Amsterdam. Dus we vermoeden dat meester Koppedraaijer halverwege de jaren ’40 Holysloot heeft verlaten. Nel John-Fockens, dochter van de veerman, weet ook nog te vertellen dat ene juffrouw Koelemeijer vanaf 1945 tot 1951 de leerlingen onder haar hoede had. Deze juf kwam helemaal uit Diemen op een brommer en gaf zelf handwerkles aan de meisjes. Jannie Fockens, de zus van Nel, heeft haar hele schooltijd bij haar in de klas gezeten. Zij vond het een lieve juf. Ook werd meester Koppedraaijer, volgens Nel, begin jaren 20 een poosje geassisteerd door juffrouw de Moor uit Ransdorp. Willem Fockens, de vader van Nel, zat toen op school.

Schoolfoto uit 1921 Met links meester Koppedraaijer en juffrouw Pasterkamp. Helemaal rechtsboven, met de zwarte jas Willem Fockens, de vader van Nel en later de veerman van het dorp.

Tijdens de crisistijd, in 1937, zorgde een kachelpijp voor een extra vakantiedag voor de leerlingen van de Holyslootschool. Het Algemeen Handelsblad meldt hierover het volgende: ”De schooljeugd van Holysloot – het geannexeerde dorpje aan den overkant van het IJ- heeft een onverwachte vacantiedag gehad, doordat in de ouderwetsche school de kachelpijp naar beneden was gekomen. De ontwrichte rookgeleiding kon niet dadelijk hersteld worden, daar het dorp geen smit rijk is. In afwachting van de komst van een vakman uit de stad, werd daarom maar vrijaf gegeven.” §16 Hieruit blijkt wel dat het inmiddels al erg oude schooltje wat bouwvallig begon te worden. In dezelfde krant wordt in 1933 al aangekondigd dat er een nieuwe school in Holysloot zal komen: “B en W van Amsterdam stellen den gemeenteraad voor over te gaan tot stichting van een nieuw gebouw voor de openbare school voor gewoon lager onderwijs te Holysloot en voorts tot het inrichten van het bestaande gebouw tot gymnastieklokaal, alsmede tot het verbeteren van de bij de school behoorende onderwijzerswoning, en voor de uitvoering van deze werkzaamheden beschikbaar te stellen een bedrag van 46.000 gld.” §17 Ook Het Vaderland, staat- en letterkundig nieuwsblad, vermeldt dat er uitvoerige discussies over dit voorstel worden gevoerd.§18 Toch moesten de Holysloters nog 40 jaar op deze verbouwing wachten.

.

Begin jaren 40 kregen de leerlingen een diploma, als bewijs dat zij het 6de jaar met goed gevolg hadden afgerond.§19

Schoolstrijd rond Holysloot

Het Nederlands schoolsysteem is uniek. In de serie Andere Tijden wordt uitgelegd dat de staat in de meeste landen alleen voor het openbaar onderwijs betaalt; wie een school op religieuze of andere grondslag wil stichten moet zelf maar voor de kosten opdraaien. Aan de andere kant zijn er landen waar al het onderwijs per definitie religieus is. In Nederland krijgen de openbare en bijzondere scholen echter precies evenveel geld van de staat. Deze principiële gelijkheid van openbaar en bijzonder onderwijs is sinds 1917 in de grondwet verankerd. Hieraan is een langdurige strijd voorafgegaan.

Eeuwenlang had de hervormde kerk in Nederland de touwtjes van het onderwijs in handen gehad, maar tijdens de Franse bezetting werd in 1795 het principe van de scheiding van staat en kerk ingevoerd. Christelijke scholen werden niet echt verboden, maar ze moesten wel toestemming krijgen van de overheid en op geld hoefden ze niet te rekenen. In de schoolwet van 1806 stond dat de openbare school moest opleiden tot ‘alle christelijke en maatschappelijke deugden’. Het christendom was dus nog wel de basis van het onderwijs, maar religie moest niet te veel nadruk krijgen. Voor veel protestanten en katholieken ging deze christelijke basis echter niet ver genoeg. Zij kregen in 1848 steun van de liberaal Thorbecke; in zijn herziening van de grondwet benadrukt hij vrijheid van onderwijs. De schoolstrijd kreeg hierdoor een enorme impuls: het recht op bijzonder onderwijs was er, nu nog het geld.

Veel liberalen en socialisten verdedigden echter het openbaar onderwijs en waren fel gekant tegen iedere vorm van staatssubsidie voor christelijke scholen. Zij zagen neutraal openbaar onderwijs als het instrument om de bevolking op te voeden tot moderne weldenkende mensen. Na jaren van politieke strijd kwam het in 1917 tot een historisch poldercompromis: in ruil voor invoering van algemeen mannenkiesrecht (vrouwenkiesrecht volgde twee jaar later) werd het bijzonder onderwijs grondwettelijk gelijkgesteld aan het openbare. De nieuwe situatie werd vastgelegd in de Lager Onderwijs Wet van 1920. Voortaan zouden bijzondere scholen precies evenveel overheidsgeld krijgen als openbare.§20

Ook in Waterland is deze schoolstrijd merkbaar geweest. Ds L.S. de Bruijn, Nederlands Hervormd Predikant te Monnikendam, schreef op 7 december 1883 aan het bestuur van de Schoolvereniging in Buiksloot en omstreken: “Zoo ergens, dan is in deze gansche streek een school met den Bijbel dringend noodig. Het hand over hand toenemend ongeloof, laat ik liever zeggen modern heidendom,  strekt zich niet alleen tot de volwassenen, maar heeft ook met zijn vergiftigenden adem de jeugd besmet, en openbaart zich op een wijze, die ons huiveren doet als wij denken aan de toekomst…” §21 Toen de school met de Bijbel in Buiksloot levensvat bleek, zo  vertelt Gerrit  van Zeggelaar, schoolhoofd van de School met de Bijbel te Ransdorp: “sloegen de Buikslooter broeders het oog op de gemeente Ransdorp, om voor de vier dorpen, waaruit deze gemeente bestond: Ransdorp, Durgerdam, Schellingwoude en Holijsloot, ook een School met den Bijbel te verkrijgen. Maar…… daar woont tegenstand en vijandschap.”§22

Een pamflet over de schoolstrijd §23

Gerrit van Zeggelaar, 1868 – 1934 §24

Een pamflet over de schoolstrijd §25

Omdat het bijzonder onderwijs dus niet door de staat werd gefinancierd, besloot de Unie “Een school met den Bijbel”, jaarlijks op 17 augustus een landelijke collecte te houden voor het christelijk onderwijs. De eerste Unie-collecte in 1879 bracht bijna 50.000 gulden op. Zeggelaar vertelt dat deze broeders sinds 1884 ook in bovengenoemde dorpen de jaarlijkse Unie-collecte gingen houden. Een week tevoren reikten zij eerst aan elk huis een Unie-blaadje uit. Eén van die broeders, de heer P. Pauw, herinnert zich levendig een vrouw uit Holysloot die, blij hem te zien en een blaadje te mogen ontvangen, vroeg: “Wanneer speel je, man?” Pauw: “Zij meende, dat ik eerstdaags op de kermis te Broek een voorstelling zou geven. Toen zij vernam, dat het blaadje een aankondiging bevatte voor de te houden collecte voor de school met den Bijbel, deed ik het best, haastig mij uit de voeten te maken.” §26 Pauw vertelt dat zij tijdens het collecteren vaak bang waren: “Wie weet wat men in het volgende dorp ons doen zal. Men kon ons weleens met de hooivork dreigen en verdrijven, doch dat liep best af. Dat was slechts vrees. […]§27 Zelfs hoofden der Openbare scholen zonden ons niet ledig weg. Te Holijsloot kwam de juffrouw van het schoolhoofd verwonderd vragen, hoe wij nu toch aan haar deur voor zoo iets konden komen. Wij konden nu toch eindelijk wel weten, dat daar het hoofd der openbare school woonde. Nu, antwoordden we, we weten toch niet, of hier nog dezelfde onderwijzer woont, die verleden jaar weigerde.” §28

Het collecteren voor de Unie “Een school met den Bijbel” verliep in Ransdorp en omstreken niet altijd even voorspoedig. In 1892 was deze collecte nog voor de school in Buiksloot en Burgemeester Rijkens wilde geen toestemming geven. De collectanten werden niet erg vriendelijk ontvangen en volgens Zeggelaar snauwde de Burgemeester dat het op grond van de Armenwet verboden was. Na de burgemeester bericht te hebben, werden toch de blaadjes rondgebracht waarin de collecte werd aangekondigd. Tijdens het collecteren worden de collectanten door de Burgemeester echter persoonlijk tegengehouden. Na een klacht bij de minister van Binnenlandse Zaken, de heer Tak van Poortvliet, krijgen de broeders toch een vergunning. §29 Uiteindelijk is er in Ransdorp inderdaad een “school met den Bijbel” gekomen. Van de protestantse Holysloters gingen met name de gereformeerden hierheen. De meeste protestanten bleven gewoon naar het openbare schooltje in Holysloot gaan. Toch was dit een behoorlijke aderlating, voor het toch al zo’n kleine schooltje…

Ansichtkaart met zijaanzicht van de school §30

Een eenmansschool

 Had meester Koppedraaijer nog een collega naast zich voor de laagste klassen, in 1950 was er in Holysloot een vacature voor een eenmansschool. Adriaan Gerrit Soeting was toen werkzaam bij het onderwijs in Amsterdam en de inspecteur vroeg hem eens langs te komen. Tijdens dat gesprek hoorde Soeting voor het eerst van Holysloot, want de inspecteur vroeg hem of hij er wat voelde om schoolmeester te worden in dat idyllische dorpje. Er was een schoolhuis bij, hij zou kunnen trouwen en veel tijd hebben voor studie. Soeting vertelt in zijn boekje “Herinneringen aan Holysloot”, dat hij al vier jaar verloofd was en dus de koning te rijk dat zij, in die tijd van woningnood, een huis met zes kamers aangeboden kregen. Soeting beschrijft zijn eerste kennismaking met Holysloot als volgt: “De eerste de beste woensdagmiddag begaven we ons op weg, per fiets natuurlijk. In Amsterdam-Noord begonnen de moeilijkheden: wie we ook vroegen, weinigen wisten ons de goede weg te wijzen. Zo kwam het dat we in Schellingwoude niet linksaf, de Liergouw namen, maar de dijk aanhielden zodat we door Durgerdam kwamen en langs het Kinselmeer fietsten en uiteindelijk een dorpje zagen dat naar ons idee wel Holysloot moest zijn. Een passerende fietser bevestigde ons vermoeden en verzekerde ons, dat we best door het weiland mochten gaan; de huidige weg tussen Holysloot en de dijk was er destijds nog niet. Wel was er iets als een fietspad. Maar … in dat weiland stonden koeien! We zijn daarom maar weer teruggegaan om via Durgerdam en Ransdorp het dorpje te bereiken waar we op slag weg van waren.

Begin september begon ik mijn werk aan de school met acht of negen leerlingen, maar het duurde een jaar eer het schoolhuis, dat al enkele jaren door een echtpaar werd bewoond, voor ons vrij kwam. Al die tijd fietste ik dagelijks van Amsterdam West naar Holysloot. In juli 1951 was het dan zover: het huis kwam beschikbaar, we trouwden en werden Holysloters. Nu ja, Holysloters… Een jaar later werd onze tweeling geboren. Onze dochters waren echte Holysloters…”§31

 
Links meester Soeting en zijn gezin, rechts met Dikkie Krüse, een van zijn leerlingen.§32

De school was toen nog steeds een openbare school, maar al vanaf juni 1942 een zogenaamde buitenklas van de Zunderdorpschool. Dat wil zeggen dat Holysloot geen schoolhoofd had. In 1957 besloot de Amsterdamse raad echter dat de Holyslootschool weer zelfstandig mocht zijn en dat er dus ook weer een schoolhoofd benoemd zou worden. Toen had meester Dijkstra het stokje alweer van meester Soeting overgenomen. Het aantal leerlingen was op dat moment 22 en men verwachtte dat het weer tot 30 zou stijgen. Bovendien gingen er in die periode tijdens de zomer ook nog een aantal kinderen naar de Holyslootschool van ouders, die een zomerhuisje bij een van de boerderijen in de omgeving bewoonden. §33 Als je de school in de tijd van meester Soeting binnenstapte, trof je een voor Amsterdam vreemd portaal aan kompleet met klompenrek vol klompen in alle maten en bemodderde laarsjes ernaast. Veel leerlingen kwamen van ver afgelegen boerderijen, over zogenaamde “padplanken”, die als bruggetje diende met een rail voor de fietsen ernaast. Naast dit portaal is een vertrek, een smalle pijpenla met kleine tafeltjes en stoeltjes; de kleuterschool en het domein van juffrouw Regina Roele. Zij woonde in Broek en Waterland en kwam iedere dag met een bootje van en naar haar werk.

 
Afbeelding 10. Kleuterjuf Regina Roele komt met de boot naar haar werk en één v/d leerlingen van Soeting, die een zogenaamde “padplank” gebruikt om door de weilanden naar school te komen.§34

Naast de kleuterschool is de “grote school” van meester Soeting. Een licht geschilderd vertrek vol tafeltjes en stoeltjes met centrale verwarming en planten voor de ramen. Toen Soeting hier in 1950 arriveerde stond er nog een ouderwetse potkachel tussen beide vertrekken in en er stonden bruine oude schoolbanken. Ook het lesmateriaal was erg verouderd met leesboekjes uit de 19e eeuw. Gelukkig was de inspecteur van het onderwijs niet doof voor de verzoeken van meester Soeting en kreeg de Holyslootschool een voor die tijd moderne schoolinrichting.

In 1953 heeft Soeting 16 leerlingen waardoor hij individueel onderwijs kan gegeven. Hij heeft ze niet in klassen verdeeld, maar in groepen: de kabouters, de margrieten, de welpen en de indianen. Met problemen als “overgaan”of “zittenblijven” houden ze zich op deze school niet zo bezig; het zou immers niets anders betekenen dan van het ene tafeltje naar het andere verhuizen. Alleen de rapporten herinneren aan klassikaal onderwijs, maar deze licht meester Soeting zo nodig uitvoerig toe voor de ouders. §35

Het klompenrek in het portaal van de school §36

Meester Soeting gaat in 1956 studeren en wordt even kort vervangen door zijn echtgenote mevrouw Soeting-Geuzebroek en daarna door meester Postma. De laatste heeft maar een half jaar in Holysloot lesgegeven, maar Nel John-Fockens weet nog dat hij rond 2 uur vaak stopte met lesgeven en dan kleine speelgoedjes uitdeelde. In 1957 wordt de Holyslootschool geleid door meester Dijkstra. Volgens Nel Fockens had deze meester een “enorme” stem, want je kon hem buiten op straat horen. Rond 1962 is meester Dijkstra naar Schellingwoude gegaan en werd hij afgelost door meester van Hage.

Schoolfoto Holyslootschool, mei 1959. §37 Bovenaan meester Dijkstra. Bovenste rij van links naar rechts: Bep Zijp, Herman Schoon, Ruurt Verhoef, Rienk Dijkstra, Theo Verhoef, Guusta Punt, Wil de Leeuw, Deef Punt Middelste rij: Willy Punt, Rein van Zanen, Klaas Piet Bakker, Henny Krüse, Dirk Punt, Betsy de Reus, Jannie Krüse, Arijan Krüse, Pia Verhoef, Greetje Gutter, Rida Kuiper, Johanna van Oosterom, Luwe Dijkstra, Willem Kuiper. Onderste rij: Arnold Kuiper, Djoeke Dijkstra, Dik van Zanen en Janny de Reus.

Het einde van de Holyslootschool…

Rond 1968 start meester J.J. Barendregt als onderwijzer en schoolhoofd in Holysloot. Officieel is de school dan al niet meer toegestaan. Barendregt: “We moeten dan ook eens per 3 jaar ontheffing aanvragen. Omdat de dichtstbijzijnde andere openbare school ruim 4 km verder (in Ransdorp) is gevestigd, levert het weinig problemen op deze ontheffing te krijgen. §38 ” De school bestond toen nog uit 1 lokaal, om te kunnen gymmen moesten eerst alle tafels, stoelen en het materiaal weggehaald worden.

In 1973 is de school pas verbouwd en uitgebreid. De uitspraak van een wethouder over het streven naar een gymnastieklokaal voor iedere Amsterdamse openbare school, deed schoolmeester Barendregt in de pen klimmen. De bestaande stenen school werd omgebouwd tot gymzaal en de gemeente heeft aan het stenen gebouw een nieuwe school laten bouwen: een lokaal voor de kleuters (buitenklas van kleuterschool De Dopheide) en een lokaal voor groep 1 t/m 6.

Barendregt zegt hierover het volgende in de Noord Amsterdammer: “Het vroegere klaslokaal is nu gymnastieklokaal want het is niet meer toegestaan om gym te geven in het gewone leslokaal, scholen moeten hiervoor nu een speciale ruimte hebben. Daarom hebben we er een vleugel aangebouwd, die nu wordt gebruikt voor de dagelijkse lessen. Het klaslokaal was voor de dagelijkse lessen toch al verouderd. Dat is niet vreemd, want de Holyslootschool is een der oudste scholen van de gemeente Amsterdam. Het gymlokaal bestaat al een eeuw. De nieuwe schoolklas is donderdag pas officieel geopend.”

Hoe pakte Barendregt het lesgeven aan? “We treffen het op het ogenblik, want we hebben nu maar vier klassen. Voor twee klassen hebben we geen leerlingen. De aardrijkskunde- en leeslessen kan ik vaak combineren met verschillende klassen. Dan geef ik een paar kinderen tegelijk les. Verder heb ik tweemaal per week hulp van een gymjuf en eens en eens per week een handwerk juf.” Volgens Barendregt blijft er nooit iemand zitten: “Als ik zie, dat iemand iets niet begrijpt, kan ik daar extra aandacht aan besteden. Dat is met zo’n kleine groep leerlingen natuurlijk mogelijk. Ik ben vaak een duizendpoot. Dan geef ik de ene “klas” een dictee, terwijl ik een andere aardrijkskundeles geef en weer een derde sommen uitleg…” §39


Meester Barendregt met zijn klas in 1973 §40


 Meester Barendregt voor de school met de twee nieuw aangebouwde lokalen in 1977 §41


Meester Barendregt en zijn laatste klas in Holysloot, 1979 Van links naar rechts: Klaas Bakker, Robin Punt, Jannie Bakker, Petra Appel, Saskia John, meester Barendregt, Jan Piet Appel, Martin Appel en Bart John.§42

In 1977 wordt Barendregt geïnterviewd door het blad De Amsterdamse school. Er zitten dan 10 leerlingen in de groepen 1 t/m 6 en 8 kleuters op de kleuterschool. Het gebouw wordt ook gebruikt voor de schaatsclub, damesgymclub, knapenclub en dorpsraad. Het gereformeerde deel van de Holysloters ging naar de Christelijke School in Ransdorp, maar de meeste hervormden en niet-kerkelijken blijven in Holysloot. Wat dat betreft was er dus in al die jaren niet veel veranderd. Kleuterjuf Roele, die begin jaren 50 met de kleuterschool startte, is er in 1977 nog steeds. Zij startte met haar kleuters in het linker lokaal van het oude schoolgebouw, maar al snel verhuisde zij naar het wijkgebouw, waar zij jaren heeft gezeten. Toen de twee nieuwe lokalen in 1977 af waren, betrok zij met de kleuters het linker lokaal. Daar heeft zij maar twee jaar gezeten, tot de school werd opgeheven.

Juffrouw Roele met haar kleuterklas in het oude schoolgebouw, 1953 §43 Bovenste rij van links naar rechts: Ria Punt, Theo Verhoef, Arend en Rinus van Zanten, Regina Roele, Rida Kuiper. Onderste rij van links naar rechts: Gusta Punt, Deef Punt, Arnold Kuiper, Katrien Schouten, Marja Biersteker en Willie de Leeuw.

De school zit in 1977 echt onder het bestaansminimum. De gemeente heeft tot nog toe steeds dispensatie aangevraagd bij het rijk van de regel dat de school niet mag bestaan, maar de periode van dispensatie loopt af in kalenderjaar 1978, dus in schooljaar 78/79. Barendregt houdt er duidelijk rekening mee dat de school wordt opgeheven. Uit het interview kunnen we opmaken dat er in dat jaar al wordt gedacht aan een nieuwe centrale school in Ransdorp voor Durgerdam, Ransdorp en Holysloot met opvang tussen de middag en peuteropvang. §44

In 1978 is er nog een sprankje hoop: in de Contourennota noemt van Kemenade, minister van Onderwijs, de mogelijkheid om op het platteland het onderwijs voor vier- tot achtjarigen zo dicht mogelijk bij huis te geven. De 8- tot 12-jarige zouden dan naar een: streekschool in centrumplaats kunnen. Als complicerende factor daarbij wordt wel de competitie genoemd tussen christelijk en openbaar onderwijs. §45

Toch wordt in 1979 de knoop doorgehakt: Vanwege het slinkend aantal leerlingen hebben burgemeester en wethouders van Amsterdam de gemeenteraad voorgesteld de school op te heffen. Er zijn nog maar acht leerlingen, waarvan er twee het komend schooljaar de school zullen verlaten. §46

Een lege school?

Vanaf 1979 moesten de basisschoolkinderen uit Holysloot dus allemaal naar Ransdorp. Een deel van de kinderen ging naar de protestants-christelijke basisschool De Weyde Blick en de rest naar openbare basisschool ’t Swaenenest. Als gevolg van de schaalvergroting in het basisonderwijs was in 1994 een fusie noodzakelijk. De twee scholen vormen dan samen openbare basisschool “De Weidevogel”. §47

Het schoolgebouw in Holysloot blijft echter niet leeg achter. Al in 1978 wordt peuterspeelzaal “De Vrijbuitertjes” opgestart. De peuters krijgen de beschikking over het noodlokaal aan de linkerkant van het gebouw. §48 Het tussenlokaal en de gymzaal worden al snel in gebruik genomen als dorpshuis.  Verschillende verengingen organiseren er activiteiten en cursussen en ook de soos werd daar enige tijd gehouden. Bij de bouw van deze lokalen, aldus Nel John-Fockens, was al gezegd dat het noodlokalen zouden zijn en dat ze ooit weer gesloopt zouden moeten worden. Toen het uiteindelijk zover was, konden de lokalen voor een symbolische prijs van de gemeente overgenomen worden. De verenigingen, die er gebruik van maken, moeten nu zelf voor gas, water, licht en onderhoud zorgen.

In 2000 vertelt de bewoonster van de oude schoolmeesterwoning dat ze plannen heeft om te gaan verhuizen en de woning dus leeg komt te staan. De eigenaar, Stadsdeel Noord, geeft dan te kennen dat zij het pand commercieel wil verkopen. Tegelijkertijd geeft de diaconie van de kerk van Holysloot aan, dat zij overweegt om de exploitatie van het wijkgebouw in de komende jaren te willen stoppen. Hierdoor dreigt de ruimte, die er toen voor sociale en culturele activiteiten in het dorp was, in z’n geheel te verdwijnen. Stadsherstel N.V. geeft aan belangstelling voor het gebouw te hebben. Als het gebouw als monument erkend wordt, wil Stadsherstel het kopen en beheren.  Voor het zover is, geeft Stadsdeel Noord de dorpsraad van Holysloot de gelegenheid om met voorstellen te komen om het schoolgebouw geheel of gedeeltelijk te gaan gebruiken voor sociaal-culturele activiteiten. Er wordt een commissie samengesteld die als taak krijgt te onderzoeken of het mogelijk is om het schoolgebouw een sociaal-culturele bestemming te geven voor de bewoners van Holysloot en directe omgeving.

De commissie maakte een inventarisatie van de toenmalige activiteiten in zowel het wijkgebouw als de twee lokalen en de gymzaal. Peuterspeelzaal “De Vrijbuitertjes “maakt op dat moment nog volop gebruik van het linker lokaal. De speelzaal is in beheer bij de Stichting Buurtwerk Noord en heeft plek voor maximaal 15 kinderen.  De speelzaal levert de grootste bijdrage aan de opbrengsten uit activiteiten in en om Holysloot, waarmee het onderhoud van het schoolgebouw bekostigd moet worden.

Met het oog op de (financiële)-exploitatie van het schoolgebouw, is ook gesproken over de mogelijkheid van het vestigen van een horecagelegenheid in het woonhuis. Deze horeca zou, volgens de commissie, ten dienste moeten staan van de activiteiten in Holysloot en daarnaast een basis moeten zijn voor de organisatie van evenementen zoals tentoonstellingen en een gelegenheid voor recreanten. Zorg daarbij is dat hierdoor wel meer behoefte aan parkeerplaatsen zou ontstaan en de toegangswegen drukker zouden worden.

Ook met Stadsherstel heeft deze commissie van gedachten gewisseld over de mogelijke toekomst van het schoolgebouw. Hierbij werd duidelijk dat Stadsherstel positief stond t.a.v. het gebruik van het gebouw voor sociaal-culturele activiteiten in en om Holysloot. Duidelijk werd echter ook dat wanneer Stadsherstel het pand zou moeten aanschaffen tegen de toenmalige marktprijs en daarnaast nog een aanzienlijke investering moest doen in onderhoud en verbouwing, dit een aanzienlijke huurprijs tot gevolg zou hebben.

Uiteindelijk komt de commissie tot het standpunt dat het schoolgebouw, gezien de ligging, omvang en inpandige mogelijkheden, het meest aangewezen gebouw is om (dorps)activiteiten te laten plaatsvinden. De ligging van het wijkgebouw is wat ongelukkiger. Zij vinden ook dat Holysloot (kleinschalige) recreatie zou moeten bevorderen om haar als uniek dorp, beter op de kaart te zetten en om lokale ondernemers hiervan te laten profiteren. Horeca op basis van enkel commerciële inslag is volgens de commissie niet wenselijk gezien de voorziene geluidsoverlast en de geringe hoeveelheid parkeerplaatsen. §49

Het duurt nog zeven jaar voordat de voormalige school officieel als dorpshuis in gebruik kan worden genomen. Het gebouw is prachtig gerestaureerd en biedt onderdak aan verschillende sociaal-culturele activiteiten, peuterspeelzaal ‘De Vrijbuitertjes” en een kleinschalige horeca met de naam Eet- en drinklokaal Het Schoolhuis. Het was aan de vasthoudendheid van de inwoners van Holysloot te danken dat het gebouw niet was verkocht en voor het dorp behouden kon blijven. §50

Acht jaar later, in 2015, is er echter onrust in het dorp over het gymzaaltje. Peuterspeelzaal “De Vrijbuitertjes” is vanwege bezuinigingen naar Ransdorp verhuisd en de twee noodlokalen zullen over 10 jaar worden afgebroken. Dan is er, behalve de gymzaal, geen gemeenschappelijk ruimte meer in het dorp. Als de gymzaal door stadsdeel Noord wordt overgedaan aan de eigenaar van het aangrenzende café-restaurant Het Schoolhuis lopen de gemoederen in het dorp zo op, dat het Parool er een artikel aan wijdt. §51

Sinds een paar jaar worden de noodlokalen nu als winkeltje gebruikt voor tweedehands kleding en spullen. Het is iedere woensdagochtend geopend en de eerste zaterdag van de maand. De opbrengst gaat steeds naar een goed doel en in de praktijk is het een gezellige ontmoetingsplek voor dorpsbewoners geworden.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Voetnoten §

[§1] Wim Timp, Amsterdam-Noord in oude ansichten, (Zaltbommel 1988) 144.

[§2] Miny Vroegindewey ‘De geschiedenis van het Nederlands onderwijs, 29 januari 2014, website Historiën. http://www.historien.nl/de-geschiedenis-van-het-nederlandse-onderwijs/ (3 november 2018).

[§3] A.G. Soeting, Herinneringen aan Holysloot (Amsterdam, zomer 1997) 22.

[§4] ‘School dreigt te worden opgeheven’, De Noord Amsterdammer, 29 -07-1977, 3.

[§5] Archief Herv. Gemeente van Holysloot, P.A. 761, nr. 27A.

[§6] Soeting, Herinneringen aan Holysloot, 32.

[§7] ‘School dreigt te worden opgeheven’, De Noord Amsterdammer, 29 -07-1977, 3.

[§8] Ibidem

[§9] Prettig weekend, datum onbekend, archief Nel John, Holysloot.

[§10] Soeting, Herinneringen aan Holysloot, 22-24.

[§11] “De meester van Holysloot vertelt: Dophei en orchideeën’, Algemeen Handelsblad, 02-01-1954, 11.

[§12] Soeting, Herinneringen aan Holysloot, 16.

[§13] Timp, Amsterdam-Noord in oude ansichten, 144.

[§14] Ibidem, 17-18.

[§15] Ibidem, 144

[§16] ‘Kachelpijp veroorzaakte extra-vacantie’, Algemeen Handelsblad, 14-04-1937, 17.

[§17] ‘Nieuwe school te Holysloot’, Algemeen Handelsblad, 20-06-1933, 2.

[§18] ‘Uitvoerige discussies’, Het Vaderland, staat- en letterkundig nieuwsblad, 06-07-1933.

[§19] Persoonlijk archief Rida Kuiper

[§20] Https://anderetijden.nl/aflevering/538/Schoolstrijd.

[§21] G. van Zeggelaar, ‘Uit de dagen der verdrukking’ in: Toen wij nog in tenten woonden. Herinneringen uit de dagen van den schoolstrijd. (Oosterbaan & Le Cointre, Goes), 233.

[§22] Zeggelaar, ‘Uit de dagen der verdrukking’, 232.

[§23] https://www.geni.com/people/Gerrit-van-Zeggelaar/4418772903740026148

[§24] https://www.100jaarvrijheidvanonderwijs.nl/fotoalbum/voorwerpen

[§25] https://www.100jaarvrijheidvanonderwijs.nl/fotoalbum/voorwerpen

[§26] Ibidem, 233-234.

[§27] Ibidem, 234.

[§28] Ibidem, 235.

[§29] Ibidem, 242-243.

[§30] Persoonlijk archief W. Krüse, Holysloot.

[§31] Soeting, Herinneringen aan Holysloot, 6.

[§32] ‘Het leven van de meester van Holysloot’, Algemeen Handelsblad 31-12-1953, 5.

[§33] ‘Holysloot krijgt weer schoolhoofd’, De waarheid 24-01-1957, 3.

[§34] Het leven van de meester van Holysloot’, Algemeen Handelsblad 31-12-1953, 5.

[§35] Ibidem.

[§36] Het leven van de meester van Holysloot’, Algemeen Handelsblad 31-12-1953, 5.

[§37] Persoonlijk archief Hennie de Boer- Krüse

[§38] Paul Knoop, ‘Holysloot scholieren nú…’, De Courant, nieuws van de dag, 09-10-1973, 13.

[§39] ‘Wethouder opende school in Holysloot’, Noord Amsterdammer, 26-10-1973, 11.

[§40] Boy IJdens, ‘Vele schoolhoofden in de randstad geven er de brui aan’, Accent 17-02-1973, 22-25.

[§41] ‘School dreigt te worden opgeheven’, Noord Amsterdammer, 29-07-1977, 3.

[§42] Persoonlijk archief Nel John-Fockens

[§43] Persoonlijk archief W. Krüse, Holysloot.

[§44] ‘Dorpse school in grote stad’, De Amsterdamse School, 12e jaargang, nummer 5, mei 1977, 85-87.

[§45] Charles Groenhuijsen, ‘Plattelandsschool dreigt te verdwijnen, De Volkskrant, 10-04-1978, 6A.

[§46] Frank Zijp, ‘Holysloot verliest na eeuwen lagere school’, De Noord Amsterdammer, 25-01-1979, 5.

[§47] http://www.centraledorpenraad.nl/historie

[§48]’t Zwaantje, maandblad voor Landelijk Noord, www.centraledorpenraad.nl , november 2011, nummer 10, jaargang 36.

[§49] Verslag Commissie Schoolgebouw Holysloot, september/november 2000, persoonlijk archief Nel John.

[§50] http://www.centraledorpenraad.nl/Pages/zwaantjes/zwaantjejuni.htm

[§51] https://www.parool.nl/amsterdam/dorp-holysloot-verscheurd-over-gymzaaltje~a3836870/.