De oorlog in Holysloot

Al in de maanden voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak verkeerde Holysloot in ongekende moeilijkheden. De winter was ongekend streng en het dorp raakte afgesneden van de buitenwereld. De plaatselijke melkveehouders brachten gezamenlijk met paarden hun melk naar Ransdorp, kruidenier Schouten ging met de auto over het ijs naar Amsterdam, de auto zakte door het ijs en kon daar met moeite uitgehaald worden.[1] In januari 1940 raakte het dorp zelfs verstoken van stromend water; de waterleiding werkte niet meer.[2] Het was nog maar de opmaat naar de moeilijke tijden die zouden komen.

De lente brak aan en al snel was de moeilijke winter vergeten. Het leven ging zijn gangetje en zelfs het begin van de bezetting was meer een Amsterdams probleem dan dat er iets veranderde in Holysloot. Er kwamen maar weinig mensen van het dorp af en daarmee leek de stad ver weg. Nieuwtjes uit de stad bereikten Holysloot ook niet snel, de enige telefoon in het dorp had de brandweercommandant.[3] Van de Holysloters werkte 75% in de landbouw en ook zij hoefden voor hun werk niet naar de stad. Berichten die Holysloot wel bereikten kwamen binnen via de radio, niet iedereen bezat er een. De berichten van de gespannen internationale situatie waren genoegzaam bekend. Een van de eerste zaken die de Holysloters met eigen ogen zagen van de oorlog was toen op 10 mei 1940 ’s morgens om 5 uur vliegtuigen over Landelijk Noord vlogen om Schiphol te bombarderen.[4] Een van de eerste veranderingen, en waarbij bleek dat de oorlog niet aan Holysloot voorbij zou gaan, was in september 1940 toen de vaste brandstoffen op de bon gingen. Bonkaarten en een distributiestamkaart waren, naast geld, voortaan de manier om aan de brandstoffen te komen.[5] Qua voedsel, officieel ook op de bon, was de situatie in de dorpen van Landelijk Noord beter dan in de stad. Gedurende de gehele bezetting was er min of meer voldoende te eten, en niet veel inwoners hoefden gebruik te maken van de gaarkeuken.[6] Het leven bleef doorkabbelen na de distributie-maatregel tot 30 juli 1941, het moment dat metalen moesten worden ingeleverd voor de Duitse oorlogsindustrie.[7] In Holysloot kon men de metalen inleveren op C1 en C61. In januari 1942 was de winter weer streng. De weg naar Ransdorp moest worden vrijgemaakt van sneeuw door een ploeg van 100 man die met handgereedschap de klus klaarde.[8] Het zou best kunnen zijn geweest dat het hier om dwangarbeiders ging, ingezet via de ‘Arbeitseinsatz’.

Werk in het oosten

Wie op het boerenbedrijf werkte en daar kon blijven werken tijdens de oorlog zat redelijk goed. Maar er waren ook genoeg jonge mannen die geen werk hadden. Zij werden voor de keus gesteld om thuis te zitten en niets te doen of om werk te vinden. De bezetter speelde hier handig op in en gaf de indruk met propagandistische advertenties dat er werk zat was in het oosten. Dat was ook zo, de Duitsers daar moesten werken in het militaire apparaat en hun plek moest worden opgevuld. Vaak werd dat gedaan door de Duitse vrouwen, maar dit was niet altijd mogelijk.
De omstandigheden in Duitsland waren slecht. Het was niet simpel een werkplek overnemen, wanneer een fabriek in een van de Duitse steden stond was ook daar een tekort aan voedsel en het gevaar van een bombardement. De propaganda in Nederland gaf een heel ander beeld van de werkelijke situatie in Duitsland.
Ook uit Holysloot vertrokken er jonge mannen om in Duitsland te gaan werken. Willem Spelt zag geen mogelijkheid om een bestaan op te bouwen in de kleine boerderij van zijn ouders en had het plan opgevat om naar Friesland te gaan.[9] Hij nam in 1942 het veer naar Lemmer, maar deze boot werd onder vuur genomen. Spelt raakte gewond en kwam in Sneek in het ziekenhuis terecht. In 1943 hoorde hij van grote gemechaniseerde bedrijven in Polen en Rusland en probeerde daarheen te komen om als boer aan de slag te gaan. In een uniform dacht hij naar Polen te gaan, maar kwam in de Oekraïne terecht en op de Krim kon hij aan de slag op een kolchoz (collectieve boerderij ten tijde van de Sovjet-Unie). De Krim werd door de Sovjets heroverd en Spelt kon met een van de laatste Duitse vliegtuigen ontsnappen. Hij kwam in Berlijn terecht waar men hem probeerde over te halen om in het Duitse leger te gaan, wat hij weigerde. Lopend, liftend en fietsend ging hij terug en in maar 1944 kwam hij in Holysloot aan, sterk vermagerd.[10] Maar een warm welkom kreeg hij niet. Hij was naar het oosten gegaan en had voor de Duitsers gewerkt en Willem Spelt bleef, ook om de Arbeitseinsatz te ontlopen, in het huis van zijn ouders. Op 8 mei 1945 werd Willem gearresteerd en zat hij in verschillende gevangenissen, op verdenking van lidmaatschap van de NSB. Dit werd onderzocht, Holysloters pleitten voor hem en meldden dat ze nooit iets bij Willem gemerkt hadden van foute sympathieën.  Na anderhalf jaar kwam Willem vrij en begon een boerderij in de buurt van Holysloot.

Zeker na december 1944 werden de dorpen veelvuldig bezocht door stedelingen die op voedseltochten gingen. De helft van de Amsterdammers heeft daaraan deelgenomen en toen geld minder waard werd schakelde men over op ruilhandel. Terug naar de stad was voor hen vaak niet eenvoudig. Er waren controles door de landwacht en menigeen kon voedsel of de fiets inleveren voordat men de stad bereikte. Amsterdammers die naar Landelijk Noord gingen kwamen vooral melk halen.[11] In de laatste winter van de oorlog werd door de spoorwegstaking brandstof een groot probleem. Daarmee ook elektriciteit, want de centrales werden gestookt met de kolen die nu niet kwamen. Om het energieverbruik te verminderen sloot men de dorpen af door in elk dorp de stop uit de gemeentekast te draaien. Holysloot had daar een eigen oplossing voor, wanneer het GEB geweest was werd clandestien de stop er weer ingedraaid en was Holysloot het enige dorp van Landelijk Noord waar wel elektriciteit was.[12] De boeren rond Holysloot konden hun rogge hierdoor in het dorp laten malen.

Bommen op Holysloot

Holysloot is nooit gebombardeerd, maar de vliegtuigen die Duitsland gingen bombarderen vlogen tijdens een deel van de oorlog dagelijks laag over. Eerst heen, dan was het twee uur lang stil en dan kwamen de eerste vliegtuigen al weer terug. Er vielen wel regelmatig bommen neer rond Holysloot. De kraters van de inslagen waren tot lang na de oorlog nog niet gedicht.[13] Het grootste bombardement in de buurt was op de Fokkerfabrieken in Amsterdam-Nord in 1943. De geallieerden bombardeerden per vergissing woonhuizen en er kwamen 200 mensen om.[14]

De bezetter in Holysloot

De bezetter had veel belang bij de industrie in Amsterdam-Noord, de Oranjesluizen en de ingang van de haven en dit werd dan ook beschermd door de bezetter. De andere dorpen in Landelijk Noord hadden meer met de bezetter te maken, in Holysloot was er niet veel materieel geplaats. Wel was er een zoeklicht geplaatst bij het Blijkmeer en was de baggerplaats in Holysloot in beslag genomen voor de opslag van goederen.
In 1942 werden de kerkklokken gevorderd. Deze gingen naar Duitsland en werden omgesmolten voor de wapenindustrie. Ook de kerkklok van Holysloot, die door Pieter Seest in 1790 was gegoten, werd weggehaald. Er werd een nieuwe klok gegoten en deze werd in de toren gehangen met het opschrift ‘ter vervanging van de door Pieter Seest in 1790 gegoten en door de Duitsers in 1942 geroofde klok’.[15]

Fout in de oorlog

In geheel Landelijk Noord waren enkele tientallen inwoners lid van de Nationaal Socialistische Beweging, opgericht in 1931. In de eerste jaren dat deze beweging van Anton Musschert bestond trok het idee van de nieuwe orde veel leden, maar voor de oorlog daalde het ledental om tijdens de oorlog weer op te lopen. Lidmaatschap van de NSB kon leiden tot de betere banen en de retoriek van de NSB verhulde veel van de werkelijke intenties van deze fascistische organisatie. Er waren dus ook veel leden die naïef waren, er waren er ook die de volle overtuiging hadden. De weerzin tegen de nazi’s en de NSB steeg echter toen de Arbeitseinsatz verplicht werd en de Jodenvervolgingen begonnen.[16] Maar er waren ook inwoners die collaboreerden met de nazi’s en tot de fanatieke NSB’ers behoorden. Ook in Holysloot waren er aanhangers van deze partij, hun kinderen werden na de oorlog jaren lang nagewezen en beschimpt, ook zij waren slachtoffers van de foute keuze van hun ouders.

Zwarthandel

Een aantal boeren verdiende tijdens de bezetting aan de ellende van anderen en verkochten hun waren voor woekerprijzen. Dit gold voor een enkeling, de meeste boeren hielden normale prijzen aan, ook tijdens de laatste oorlogswinter.

Verzet

Een van de organisaties die landelijk actief was, was de LO. Dit was de Landelijke Organisatie voor de hulp aan Onderduikers. Zij brachten verschillende mensen naar een noodzakelijke onderduik, en ook in Holysloot werd veelvuldig ondergedoken. Daarnaast was er een meer militant verzet via de KP, de Knokploegen. De Waterlandse KP werd actief vanaf februari 1944 en stond onder leiding van Wiet Abercrombie en Jan Budding.

Louwrens (Wiet) Abercrombie

Louwrens Abercrombie (Nieuwendam, 4 april 1920 – Nieuwendam, 7 november 2003), zoon van de bakker op de Nieuwendammerdijk, was lid van de Landelijke Knokploeg afdeling Waterland en was daar bekend onder de schuilnaam Wiet.[17] Tijdens een bezoek aan Amsterdam was Wiet er getuige van hoe rond de Nieuwmarkt een Joods kindertehuis werd leeggehaald en deze schokkende gebeurtenis was voor hem de aanleiding om in verzet te gaan.[18] Hij haalde met zijn maat Zwarte Jan (Jan Budding) het bevolkingsregister in Amsterdam-Noord leeg. Voor deze aktie bestond het verzet vooral in het onderbrengen van Joden. Zwarte Jan werd opgepakt en zat 20 maanden in detentie. Hij kwam vrij en het werd Wiet en Zwarte Jan te heet onder de voeten en zij doken onder bij boer Siem Schouten in Holysloot.[19]

Naast de LO en de KP waren ook de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) actief. In Holysloot was Siem Schouten ook bij deze organisatie betrokken.

Jan Budding

Ook Jan Budding (13 januari 1918 – 1 maart 1970) kwam uit de buurt, uit Nieuwendam. Zijn ouders waren gereformeerd en het ouderlijk huis werd in de oorlog een doorgangshuis voor Joodse kinderen.[20] Eind 1942 werd Jan – Zwarte Jan – gearresteerd na een overval. Hij had illegale kranten in zijn tas en deze gooide hij in de bosjes, hetgeen gezien werd door een SD’er uit Holysloot. Hij kwam in kampen en gevangenissen terecht en na anderhalf jaar, in 1943, kon hij ontsnappen. Jan sloot zich direct weer aan bij de verzetsgroep van Wiet en was betrokken bij tal van verzetsdaden. Aan het einde van de oorlog moest Jan ook in onderduik en hij zat in Holysloot, bij Deef Krüse.

Klein verzet

Op 31 augustus was Koningin Wilhelmina jarig en dat was voor vier kinderen uit Holysloot de reden om een oranje goudsbloem op hun kleding te dragen. Ze werden gearresteerd door de Sicherheitsdienst, zaten opgesloten in Noord (waarschijnlijk in een school aan het Wognumerplantsoen in Nieuwendam) en werden pas na bemiddeling van een SD’er, die in Holysloot woonde, vrijgelaten.[21]

Onderduik

Er zaten vele onderduikers in Landelijk Noord, ook in Holysloot. Een grote groep werd gevormd door Februaristakers. De afgelegen ligging van Holysloot gaf hen veiligheid en wanneer men de bezetter aan zag komen, konden ze op tijd door bewoners van Holysloot naar de overkant van het Holysloter Die gebracht worden, waar ze zich tussen het riet konden verbergen. Zij waren niet de enigen. Ook Duitse soldaten die vaak moesten vechten in het leger en daar niet voor kozen omdat ze niet eens waren met het fascistische gedachtengoed, deserteerden en vonden een onderduikplek in Landelijk Noord.

Op de Bloemendalergouw 69-71 zaten de kinderen van een man die bij de Oranjesluizen werkte ondergedoken. Zijn zoons zij zo aan de Arbeitseinsatz ontkomen.[22]

Brandmeester Jacob Pronk speelde een belangrijke rol speelde bij de onderduik. Hij was de enige met een telefoon in het dorp en werd gewaarschuwd door politieagent Honing uit Schellingwoude als er nazi’s of NSB’ers onderweg waren naar Holysloot met een overvalwagen. Minstens zo belangrijk was Siem Schouten die al vaker in dit artikel genoemd is. Hij woonde op Dorpsstraat 19 en bij hem thuis vergaderde de plaatselijke afdeling van het LO waar zelfs Wally van Hal – die in Amsterdam een monument gekregen heeft op het Frederiksplein als Bankier van het Verzet – bij aanwezig was. Plaatselijke verzetsgroepen en knokploegen vonden bij Siem een schuilplek of onderduik. De hooiberg op het erf werd gebruikt om van alles te bewaren, tot aan wapens toe. Door de afgelegen ligging van Holysloot was dit dorp een goede plaats voor ondergrondse activiteiten.[23]

Joodse onderduikster

Een bijzondere onderduikster zat in Holysloot in de boerderij van de familie Krüse. Ze had de onderduiknaam Anneke van Leeuwen en heette in het echt Hanna Levie. Ze zat lang in Holysloot ondergedoken, had haar haar rood geverfd en kwam gewoon op straat.[24] Hanna schreef op 4 juli 1944 in het poëziealbum van dochter Jannie Krüse. Op 30 augustus van dat jaar hielp Hanna mevrouw Krüse bij haar bevalling, ze kreeg een zoon. Op 1 december 1944 schreef Hanna in het poëziealbum van een andere dochter, Hilda. Hanna overleefde de oorlog en emigreerde naar Israël. Daar trouwde ze, en er is nog jaren contact geweest tussen de familie Krüse en Hanna. Helaas verwaterde dat.[25]

Parachutist

Een bijzonder onderduiker was een parachutist die op 11 januari 1944 uit zijn vliegtuig moest springen. Hij was een van de negen bemanningsleden van een B-17, een bommenwerper, die boven Nederland geraakt werd door een Duitse jager. De piloot gaf zijn negen bemanningsleden de opdracht het vliegtuig te verlaten op het moment dat men boven het IJsselmeer vloog. Vier van hen verdronken, vier werden krijgsgevangen gemaakt door de nazi’s. De negende, de Amerikaan Clayton David, lukte het om de kant te bereiken en over de dijk heen te komen. De piloot weet het beschadigde vliegtuig terug te brengen naar Engeland en maakt een noodlanding waarbij het vliegtuig in brand vliegt. De piloot overleeft de crash.

David kwam op de smalle strook tussen de dijk en het Kinselmeer terecht. Hij ontdeed zich van zijn reddingsvest en zijn parachute die hij in het meer laat zinken door zijn met water gevulde laarzen erop te gooien. Dan komt er een man langs op een fiets en die maakt David duidelijk dat hij naar het noorden moet gaat. Hij overnacht in een schuurtje terwijl de bijbehorende boerderij door de nazi’s wordt onderzocht en wordt de volgende dag meegenomen naar Holysloot waar hij ontbijt krijgt. Hij overnacht in een huisje aan het water en wordt de volgende dag naar Amsterdam gebracht. Via de ondergrondse wordt David Nederland uit gesmokkeld, steekt de Pyreneeën over en keert op 25 mei 1944 terug naar Engeland.[26]

Binnen het verhaal over de oorlog speelt de afgelegen liggen van het dorp steeds een cruciale rol. Het zorgde ervoor dat veel van het oorlogsgeweld buiten het dorp bleef en het zorgde ervoor dat vele levens gespaard bleven.

Voetnoten

[1] “Door het ijs gezakte auto weer op het droge gebracht.”. “De Gooi- en Eemlander : nieuws- en advertentieblad”. Hilversum, 03-02-1940. Geraadpleegd op Delpher op 20-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010309320:mpeg21:a0073

[2] “Moeilijkheden in de dorpen rond Amsterdam”. “De Sumatra post”. Medan, 12-02-1940. Geraadpleegd op Delpher op 06-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011176993:mpeg21:a0153

[3] Landelijk Amsterdam Noord 1940 – 1945, Als wij vergeten is alles voor niets geweest (Ransdorp 2013) 6

[4] Ibidem, 8

[5] “OFFICIEELE BERICHTEN Uitreiking brandstoffenkaarten Geschiedt van a.s. Maandag af tot en met Dinsdag 8 October.”. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 28-09-1940. Geraadpleegd op Delpher op 06-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000054143:mpeg21:a0038

[6] Landelijk Amsterdam Noord, 24

[7] “Amsterdam Inlevering van metalen”. “Algemeen Handelsblad”. Amsterdam, 30-07-1941. Geraadpleegd op Delpher op 06-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000052619:mpeg21:a0059

[8] “Ook in Amsterdam niet mis”. “Het volk : dagblad voor de arbeiderspartij”. Amsterdam, 03-01-1942. Geraadpleegd op Delpher op 06-08-2019, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011118085:mpeg21:a0110

[9] Landelijk Amsterdam Noord, 42

[10] Landelijk Amsterdam Noord, 43

[11] Ibidem, 26

[12] Ibidem, 29

[13] Landelijk Amsterdam Noord, 62

[14] Ibidem, 62

[15] Ibidem, 81

[16] Landelijk Amsterdam Noord, 84

[17] Stadsarchief Amsterdam, gezinskaarten Abercrombie, L. – 17-06-1880 – 5422-0005-3700

[18] Landelijk Amsterdam Noord, 96

[19] Hans Marijnissen, Wiet stichtte geen brand, maar haalde de registers weg in Trouw, 12 januari 1995 en Landelijk Amsterdam Noord, 96

[20] Landelijk Amsterdam Noord, 96

[21] Ibidem, 46, 68.

[22] Landelijk Amsterdam Noord, 99

[23] Ibidem, 100

[24] Ibidem, 100

[25] https://www.joodsamsterdam.nl/ondergedoken-in-holysloot/ (geraadpleegd 20 augustus 2019)

[26] Landelijk Amsterdam Noord, 106 – 107