Geschiedenis van Holysloot in vogelvlucht

Geschiedenis in vogelvlucht van Holysloot en het Witte Kerkjewittekerk

Holysloot is een zeer oud dorp, want al in 1164 en in 1288 komt de naam Hoolesloot op oude kaarten voor. Graaf Floris de Vijfde, die van 1256 tot 1296 bestuurde, verleende bepaalde privileges aan “die van Ransdorp en Hoolesloot”.

De naam Holysloot zou een verbastering zijn van HolleYsloot. Waarbij ‘Holle’ staat voor komvormig, ‘Y’ komt van het Y (=eau) en sloot staat voor wat wij verstaan onder ons huidige ‘sloot’.

Eeuwenlang hebben de Holysloters zich, evenals de inwoners van de andere Waterlandse dorpen, beziggehouden met de zeevaart, veelal naar de Oostzeelanden (de moedernegotie). Later werd de veehouderij de belangrijkste bron van inkomen.
Sterk is Holysloot in de loop der eeuwen verbonden geweest met Ransdorp; één van de vier burgemeesters en zes van de vierentwintig leden van de Ransdorper vroedschap werden door Holysloters uit hun midden gekozen.
Ook op kerkelijk vlak bestond een band tussen beide dorpen, want dezelfde pastoor las in beide dorpen de mis en bediende de Sacramenten.
Al ver voor de Tachtigjarige oorlog (1526) werden Luthers denkbeelden in geheime predicaties verkondigd. Uit een aan Alva in 1567 verstrekt rapport staat vermeld dat er in die tijd veel volgelingen van Menno Simons waren.
Na de overgang tot de Hervorming, die in 1583 plaatsvond, kreeg het Calvinisme vrij snel de overhand en werden Ransdorp, Holysloot en Zunderdorp door slechts één predikant bediend.

In 1641 werd Holysloot een zelfstandige kerkelijke gemeente en ds. Jacobus Bergerbotius werd haar eerste predikant.
Naast tijdperken van grote welvaart heeft het dorp ook perioden van teruggang gekend. Het kerkgebouw moest in 1613 aanmerkelijk worden verkleind. Het achterste deel werd aan het bedehuis onttrokken en tot kosterij ingericht. In 1706 en 1707 werden door middel van loterijen gelden bijeengebracht om de vervallen huizen in het dorp te herstellen.
Jarenlang heeft men zich in Holysloot moeten behelpen met een bouwvallig kerkgebouw dat tenslotte in zulk een deplorabele staat kwam te verkeren, dat men lange tijd kerk hield in het voorhuis van één van de grotere boerderijen. In 1791 kon men echter mede dank zij de steun van vele geestverwanten in het rijke Broek in Waterland een nieuw kerkgebouw betrekken.
Echter na enkele tientallen jaren begon het gebouw al ernstige tekenen van verval te vertonen.

In 1846 werd een aanvang genomen met de bouw van een nieuw kerkgebouw. In 1992 bleken er ernstige funderingsproblemen te zijn. De houten kespbalken waren gekraakt en naar buiten weggekanteld waardoor de muren ernstig verzwakt waren.
In samenwerking met het SDAN en architect D. Bak is het gebouw thans weer volledig gerestaureerd.
Het kerkgebouw is een eenvoudige op een werf gelegen witgepleisterde zaalkerk, die in een sobere op gotische vormentaal geïnspireerde trant is gebouwd.
De vloer van het gebouw bestaat geheel uit grafstenen die veel ouder zijn dan de kerk zelf.
De zeskantige eikenhouten kansel met de Waterlandse zwaan, de ouderlingenbanken, de torenbank en het doophek dateren allen uit de 19e eeuw. Voor de kansel bevindt zich een voorzangerslezenaar. Op de beide doorgangen naar de dooptuin bevinden zich bogen met daarop duiven (?) die hun koppen in de richting van hun staarten hebben gekeerd.
In de toren hangt een klok van 0,75 m middellijn met daarop als randschrift:
Ter vervanging van de door Pieter (?) Seest in 1790 gegoten en door de Duitsers in 1942 geroofde klok. J.Z. 85.
In 1995 is het gebouw aangewezen als beschermd monument vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde. Het geheel is van belang vanwege de silhouetwaarde van het geïsoleerd gelegen dorp in het open weidegebied van Waterland. Bovendien is het een belangrijk markeringspunt binnen het beschermde dorpsgezicht van Holysloot.

Eveneens in 1995 aangewezen als Rijksmonument is het éénklaviersorgel, in 1730 gemaakt door H. van Giessen voor de Waalse kerk te Haarlem en afkomstig uit de Gereformeerde kerk van Holysloot.
Onderstaand een kwalificatie van orgeldeskundige en adviseur bij de restauratie dr. Hans van Nieuwkoop.
“Te Holysloot bevindt zich een orgel dat als volstrekt uniek beschouwd kan worden. Uniek niet alleen vanwege zijn historische betekenis maar ook vanwege zijn muzikale kwaliteiten.
Het instrument werd in 1730 gebouwd voor de Waalse Kerk te Haarlem door de Haarlemse orgelbouwer Hendrik van Giessen. De familie Van Giessen beoefende generaties lang het ambacht van orgelbouwer. De Van Giessens behoren tot de grote namen in de Nederlandse orgelhistorie. Tijdgenoten oordeelden in lovende bewoordingen over hen. Maar, zoals het wel vaker gaat, volgende generaties sprongen slordig om met de producten van deze familie. In feite bleef er slechts één nagenoeg compleet orgel bewaard, en wel dat in Holysloot. Een in de orgelwereld nagenoeg onbekend instrument, maar hopelijk zal dat na de restauratie veranderen.
Dat het orgel zo anoniem is behoeft niemand te verbazen. Het heeft een veelbewogen zwerftocht langs verschillende kerken in o.a. Ouderkerk a/d Amstel en Amstelveen achter de rug alvorens in Holysloot te belanden. Eertijds kocht men het instrument als een occasion aan, thans begint de werkelijke waarde pas echt door te dringen.
Als dit orgel door A.H. de Graaf te Leusden is gerestaureerd, zal het een prachtig kleinood zijn. De hoge kwaliteit van het pijpwerk en de windlade waarborgt een hoog muzikaal niveau.
De thans nog verborgen schoonheid zal zich in volle glorie presenteren aan alle liefhebbers van ons culturele erfgoed”.